MaterieelboekMaterieel per bus en project Demo aanvragen

Checklist

Welke punten check je bij het uitgeven en innemen van een bus?

Door Gepubliceerd op Bijgewerkt op 7 minuten lezen

Werk op een Nederlandse bouwplaats. Beeld bij het artikel: Welke punten check je bij het uitgeven en innemen van een bus?
Beeld gegenereerd met kunstmatige intelligentie

Een bus wisselt bijna altijd van hand op een moment dat er haast is: maandagochtend voor zevenen, of vrijdag als iedereen naar huis wil. Juist dan legt niemand iets vast, en juist daar ontstaan de gaten in je materieellijst. Met een vaste checklist duurt een overdracht een paar minuten en weet je een half jaar later nog wat erin lag.

Waarom de overdracht het zwakste punt van je materieelbeheer is

In de meeste bedrijven klopt de administratie zolang alles stilstaat. De loods klopt, de lijst klopt, de nummers kloppen. Zodra een bus van de ene monteur naar de andere gaat, van een project naar de werkplaats of van een vaste kracht naar een invaller, verschuift er materieel zonder dat iemand dat opschrijft.

Dat is zelden slordigheid. Een overdracht is een sociaal moment: sleutels, een paar zinnen over de klant, een opmerking over de staat van de laadruimte. Wie daar een blocnote bij pakt, voelt zich een controleur. Een lijstje van vijftien regels dat op een telefoonscherm past voelt anders: dat is een routine.

Het doel is bescheiden en concreet. Na de overdracht wil je van drie dingen zeker zijn: wat er in de bus ligt, wie er vanaf nu verantwoordelijk voor is, en welke gebreken al bestonden voordat de nieuwe gebruiker instapte.

Wat er moet staan voordat een checklist zin heeft

Een checklist controleert een situatie, hij maakt er geen. Drie dingen moeten al geregeld zijn, anders vink je punten af die niets betekenen.

  • Een vaste vakindeling in elke bus. Dezelfde genummerde vakken op elke bus, zodat de mededeling dat vak 4 leeg is ook echt iets zegt. Zonder indeling is elke controle een zoektocht.
  • Een leesbaar nummer op alles wat geld waard is. Zonder nummer kun je niet vaststellen welke van de drie identieke slijptollen je in handen hebt, en dus ook niet welke er ontbreekt.
  • Een lijst die je per bus kunt openen. Een overzicht van het hele bedrijf helpt niet bij een bus op een parkeerplaats om kwart voor zeven. Je wilt de inhoud van deze bus, op dit moment.

Staan die drie er nog niet, begin daar dan mee. Hoe je een bus zo inricht dat de lijst en de werkelijkheid hetzelfde zeggen, staat in het artikel over gereedschap registreren per bus en per medewerker. Heb je nog helemaal geen overzicht, dan is het stappenplan voor een eerste inventarisatie van je materieel de logische eerste stap.

Checklist bij het uitgeven van een bus

Voertuig, sleutels en passen

  1. Noteer het interne busnummer, het kenteken, de datum en het tijdstip van uitgifte.
  2. Leg vast wie de bus overneemt en tot wanneer, en of dat een vaste toewijzing is of een tijdelijke.
  3. Schrijf de kilometerstand op. Dat kost drie seconden en scheelt later discussie over ritten en verbruik.
  4. Tel de sleutels en spreek af waar de reservesleutel blijft.
  5. Controleer tankpas of laadpas, parkeermiddelen en eventuele toegangspassen voor de bouwplaats.
  6. Maak vier foto's, een per zijde, plus een van de laadruimte. Bestaande schade die op de foto staat, is later geen discussie meer.

Veiligheid en keuringen

  1. Kijk of de brandblusser aanwezig is en wanneer die is gekeurd.
  2. Controleer de inhoud van de verbandkoffer op houdbaarheid en volledigheid.
  3. Loop de persoonlijke beschermingsmiddelen na die bij dit werk horen: helm, gehoorbescherming, oogbescherming, valbeveiliging.
  4. Controleer hijs- en hefmiddelen op hun keuringsstatus. Het Arbobesluit schrijft voor dat hijs- en hefgereedschap ten minste eenmaal per jaar gekeurd wordt, dus een band of takel zonder geldige keuring gaat niet mee.
  5. Kijk bij elektrische arbeidsmiddelen naar de inspectiedatum. NEN 3140 beschrijft hoe je die periodieke inspectie inricht; het resultaat hoort per apparaat vindbaar te zijn.
  6. Controleer of het afzet- en signaleringsmateriaal compleet is.

Het vaste materieel in de bus

  1. Loop de vakken op nummer af en vergelijk met de lijst van deze bus. Vinkjes bij wat klopt, een korte notitie bij wat niet klopt.
  2. Tel de accu's en laders. Dit is het onderdeel dat het vaakst verdwijnt en het minst vaak wordt gemist.
  3. Controleer meetapparatuur apart. Het is duur, het is klein en het reist tussen projecten mee in een jaszak.
  4. Noteer materieel dat kapot is of scheelt, en of het meegaat of achterblijft voor reparatie.

Wat er voor dit project bij komt

  1. Zet het projectgebonden materieel apart in de registratie: het hoort bij het project, niet bij de bus.
  2. Spreek een terugkomdatum af voor gehuurd of geleend materieel, en leg vast van wie het is.
  3. Bevestig de overdracht in de registratie, met naam en tijdstip. Vanaf dat moment weet iedereen wie er kan vertellen waar iets ligt.

Checklist bij het innemen van een bus

Innemen is geen omgekeerde uitgifte. Je kijkt naar wat er is veranderd, niet naar wat er zou moeten zijn.

  1. Noteer datum, tijdstip en kilometerstand bij inname.
  2. Loop dezelfde vakken in dezelfde volgorde na. Een vaste route is sneller dan een lijst die je elke keer anders leest.
  3. Zet per verschil neer waar het materieel nu is: op het project achtergebleven, geleend aan een collega, in reparatie, kwijt.
  4. Registreer defecten meteen bij het apparaat zelf, met een foto. Een defect dat pas bij de volgende gebruiker opduikt, kost een halve werkdag.
  5. Vul verbruiksmateriaal aan: bevestigingsmiddelen, zaagbladen, boren, tape, poetsdoek.
  6. Haal afval en restmateriaal van de klant eruit voordat de bus weer wordt uitgegeven.
  7. Neem sleutels, passen en tankpas terug of draag ze over aan de volgende gebruiker.
  8. Vergelijk de schadefoto's met die van de uitgifte en leg nieuwe schade vast.
  9. Kijk welke keuringen in de komende maanden vervallen en plan ze voordat de bus weer weg is.
  10. Geef de bus vrij, of blokkeer hem met een reden. Een bus die stilstaat op onbekende gronden is een dure bus.

De korte versie voor een overdracht tussen twee monteurs

Niet elke overdracht verdient twintig punten. Gaat een apparaat van de ene bus naar de andere op de bouwplaats zelf, dan zijn vier gegevens genoeg: welk nummer, van wie, naar wie, en wanneer het terugkomt.

De kunst is dat die vier gegevens op de plek van de overdracht worden ingevuld en niet later op kantoor worden overgetypt. Dat betekent ook dat het moet werken zonder bereik, want in een kelderbak of een technische ruimte staat de telefoon nu eenmaal op zoeken. Waarom dit soort meldingen in een groepsapp op termijn onvindbaar wordt, staat uitgewerkt in de vergelijking tussen een appgroep en een echte materieelregistratie.

Wat je vastlegt, wie het ziet en hoe lang je het bewaart

Zodra je noteert welke monteur welk apparaat meenam, verwerk je persoonsgegevens van medewerkers. De AVG is daarop van toepassing, met de Autoriteit Persoonsgegevens als toezichthouder, en artikel 30 vraagt dat je die verwerking in een verwerkingsregister beschrijft.

Dat is goed te doen als je vooraf drie keuzes maakt: welke velden je echt nodig hebt, wie de historie mag inzien, en hoe lang je die historie bewaart. Voor gegevens die deel uitmaken van je bedrijfsadministratie geldt de fiscale bewaarplicht van zeven jaar, en voor gegevens over onroerende zaken tien jaar. Overdrachtsregels die alleen dienen om spullen terug te vinden, hoef je niet eindeloos te bewaren.

Rijd je met bussen waarvoor de bijtelling in beeld is, dan is een aparte, sluitende rittenregistratie nodig. Die bevat per rit ten minste de datum, de begin- en eindstand van de kilometerteller, het vertrek- en aankomstadres, de gereden route als die afwijkt en het karakter van de rit. Verwar dat niet met je materieellijst: het zijn twee registraties met twee doelen.

Wie doet wat, en wanneer

Rolverdeling rond uitgifte en inname
MomentWieWat er wordt vastgelegd
UitgifteUitgever en ontvanger samenBusnummer, kilometerstand, sleutels, vakken, foto's
OnderwegDe monteur zelfOverdrachten per stuk materieel, defecten, projectplek
InnameWerkplaats of bedrijfsleiderVerschillen, schade, keuringen die vervallen
MaandelijksVerantwoordelijke voor materieelSteekproef op twee bussen, correcties op de lijst

Een checklist die niet wordt gebruikt, telt niet mee

De grootste valkuil is een formulier dat te compleet is. Een lijst van zestig regels wordt de eerste keer netjes ingevuld, de tweede keer half, en daarna helemaal niet meer. Begin daarom met het aantal punten dat je binnen vijf minuten haalt, en breid pas uit als die vijf minuten er echt elke keer zijn.

Een tweede valkuil is de checklist als bewijsstuk tegen de monteur. Wie het gevoel heeft dat elke afwijking op zijn conto komt, vult voorzichtiger in en meldt later. Behandel afwijkingen op het niveau van het proces, dan blijft de invoer eerlijk.

Voor de praktische kant hoef je geen eigen formulier te bouwen. In de materieelregistratie van Materieelboek is de uitgifte- en innamelijst per bus opgebouwd uit de vakken die je zelf hebt ingericht, inclusief keuringsdatums en foto's bij het apparaat. Wie de software heeft gemaakt en vanuit welke praktijk, lees je op de pagina over de maker achter Materieelboek.

Conclusie: vijf minuten bij de deur schelen een halve dag zoeken

Een overdracht zonder checklist kost niets en levert precies dat op. Een overdracht met een korte, vaste lijst kost een paar minuten en geeft je drie dingen terug: een inhoud die klopt, een naam die erbij hoort en een fotoreeks die discussie over schade voorkomt. Doe het bij uitgifte, doe het bij inname, en houd de korte versie voor alles wat daartussen op de bouwplaats gebeurt.

Materieelboek is precies zo gebouwd dat die handelingen op de telefoon staan waar de bus staat, ook zonder bereik, met keuringen en foto's bij het materieel zelf. Wil je zien hoe dat met jouw bussen en jouw vakindeling uitpakt, vraag dan een demo aan via het contactformulier. Je krijgt binnen twee werkdagen antwoord.

Verder lezen